Centrales

Buggenum luchtfoto groot

Willem-Alexander Centrale te Buggenum

In het Limburgse Buggenum, vlakbij Roermond, ligt de trots van Nuon: een centrale met schone kolentechnologie en een groen hart.

Unieke technologie

In 1989 begon het voormalig Demkolec (nu Nuon) met het ontwerp van de Limburgse vergassingsinstallatie. In 1990 startte de bouw en sinds eind 1993 is de installatie in bedrijf.

Buggenum koeien

Tegenwoordig wordt ook op grote schaal biomassa meevergast. Deze combinatie is uniek in de wereld. Door het nieuwe procédé beperkt Nuon de uitstoot van CO2 met maar liefst 22 procent. Dat is 300.000 ton CO2 per jaar, vergelijkbaar met de uitstoot van 200.000 personenauto’s op jaarbasis.

Capaciteit

De netto productiecapaciteit van de centrale bedraagt 253 megawatt, genoeg om 400.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien. Wanneer de vergasser voluit draait, verbruikt de centrale ongeveer 2.000 ton kolen per dag. Dat is iets meer dan de vracht van één binnenvaartschip. De kolen worden per zeeschip van over de hele wereld in Rotterdam of IJmuiden aangevoerd, om via de Maas naar de centrale te worden vervoerd.

Elektriciteitsopwek met vergassingstechnologie

Bij kolenvergassing wordt steenkool eerst omgezet in een brandbaar gas: het zogenaamde synthesegas of kortweg syngas. Dit gas wordt gereinigd en ontzwaveld tot een zuiverheid vergelijkbaar met aardgas, waarna het geschikt is voor verbranding in een STEG (Stoom en Gasturbine). Daar wordt het omgezet in elektriciteit. De combinatie van kolenvergassing gevolgd door opwekking van elektriciteit in een STEG wordt KVG-STEG (in het Engels IGCC) genoemd.

Buggenum avondfoto

Voordelen vergassing

Vergassing heeft als voordeel ten opzichte van 'gewone' kolengestookte centrales dat de luchtvervuiling veel lager is. De uitstoot van stof, zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en metalen is zeer beperkt, omdat het kolengas grondig wordt gereinigd. Bovendien is het rendement bij vergassing hoger, waardoor er minder kolen nodig zijn per kWh stroom en de centrale ook minder CO2 uitstoot. Daarnaast wordt een deel van de kolen vervangen door biomassa, wat ook de uitstoot van CO2 vermindert. De emissies van de centrale vallen ruim binnen de toegestane norm.

Bij het vergassen worden ook reststoffen gevormd. De niet-brandbare bestanddelen van kolen (gesteenten) blijven achter in de vorm van slak en vliegas. De slak en vliegas worden afgezet als bouwmaterialen. De zwavel die in de steenkolen zit, wordt voor 99% eruit gehaald en verkocht aan de chemische industrie. Tijdens het reinigen van het gas ontstaan ook zout en slib. Het zout wordt hergebruikt en het slib wordt opgeslagen.

Installatieonderdelen

De Willem-Alexander Centrale kent verschillende installatiedelen, die samen zorgen voor het totale proces van kolenvergassing. Onderstaand overzicht geeft aan waar de verschillende installatiedelen zich bevinden en welke bijdrage zij leveren aan het productieproces.

Buggenum installatieonderdelen

VGE: Op het Vergassingseiland worden de kolen omgezet naar kolengas.

LSI: In de Luchtscheidingsinstallatie worden zuurstof en stikstof gemaakt die nodig zijn voor het proces van kolenvergassing.

ABI: In de Afvalwater Behandelingsinstallatie worden zouten en slib uit het proceswater gehaald.

OZW: In de Ontzwavelingsinstallatie wordt de zwavel uit het kolengas gehaald.

STEG: In de Stoom- En Gasturbine wordt het kolengas omgezet in elektriciteit.