Productieproces Willem-Alexander Centrale

Productieproces

Het productieproces van de Willem Alexander Centrale in Buggenum is geavanceerd.

Door het vergassen van kolen en biomassa wordt een brandbaar gas geproduceerd. Dit gas bestaat voor 60% uit CO (koolmonoxide), 30% H2 (waterstof) en voor de rest uit stikstof, waterdamp en wat verontreinigende elementen. Het brandbare gas wordt vervolgens gereinigd en in de gasturbine verbrand. De warmte die hierbij ontstaat wordt gebruikt om de turbines in de centrale aan te drijven, die via de generator (een zeer grote dynamo) elektriciteit produceren.

Uitleg van het productieproces

  1. Vanuit onze haven komen kolen in de installatie. Daar worden ze gemalen en gedroogd tot poederkool. De poederkool wordt onder stikstof bewaard en met stikstof op druk gebracht en getransporteerd.

  2. In de vergasser ontstaat, onder toevoeging van zuurstof aan de kolen, bij hoge temperatuur en druk kolengas. De niet-brandbare fractie van de kolen (gesteente) stolt en komt naar buiten als slak. Het kolengas bestaat hoofdzakelijk uit koolmonoxide en waterstof en bevat in dit stadium nog diverse verontreinigende componenten. Deze verontreinigingen worden stapsgewijs verwijderd. De niet-brandbare bestanddelen van de kolen komen grotendeels in de vorm van slak uit de vergasser. Het kolengas is brandbaar en giftig. In de syngaskoeler wordt het gas afgekoeld. De warmte die hierbij vrijkomt wordt omgezet in stoom.

  3. Hierna wordt in twee stappen de vliegas, fijn stof dat eveneens niet brandbaar materiaal uit de kolen bevat, uit het gas verwijderd.

  4. Vervolgens wordt het gas met water gewassen. Hierbij worden in water oplosbare verbindingen uit de kolen, zoals chloriden en fluoriden, aan het gas onttrokken. Het gebruikte water wordt in de afvalwaterbehandelingsinstallatie weer gereinigd en vervolgens hergebruikt.

  5. Tijdens de daarop volgende ontzwaveling wordt het giftige H2S, zwavelwaterstof, aan het kolengas onttrokken. Ruim 99% van de uit kolen afkomstige zwavel wordt hierbij gebonden en omgezet in zuivere zwavel. Deze wordt hergebruikt in de chemische industrie. Een zeer klein deel van de zwavel gaat via de restgasnaverbrander als SO2 de lucht in.

  6. Het gezuiverde kolengas wordt in de verzadiger nog met stikstof verdund en met waterdamp verzadigd om een lage NOx emissie te bereiken en gaat dan naar de gasturbine. Het kolengas wordt hierin verbrand. De gasturbine gaat daardoor draaien. De hete uitlaatgassen van gasturbine worden in de afgassenketel afgekoeld. Met de vrijkomende warmte wordt stoom gemaakt, die de stoomturbine aandrijft. De uiteindelijke elektriciteitsproductie geschiedt met de door de gecombineerde stoom- en gasturbine aangedreven generator.

  7. In de luchtscheidingsfabriek produceren we bij zeer lage temperaturen zuurstof en stikstof uit de omgevingslucht. Deze gassen worden zoals reeds vermeld in het vergassingsproces verbruikt.

  8. De hele installatie kan enerzijds worden gezien als de gasfabriek, waar het gas wordt gemaakt en gereinigd, en anderzijds als de elektriciteitscentrale, waar het gas wordt verbruikt. Als de gasfabriek meer of ander gas maakt dan de elektriciteitscentrale kan verwerken, wordt het teveel aan gas via de fakkel verbrand.