Nadelige effecten

Smeltend ijs

Nadelige effecten van onze bedrijfsvoering

Wij doen er alles aan om de nadelige effecten van onze bedrijfsvoering op het milieu en de maatschappij te verminderen. Dat heeft onder meer betrekking op uitstoot van CO2 en verzurende stoffen naar lucht, warmte in koelwater, afval, overlast naar omwonenden en onze eigen directe werkomgeving.

Emissies naar lucht

Bij de verbranding van brandstoffen ten behoeve van elektriciteitsproductie komen emissies vrij. Dat geldt voor alle brandstoffen die Nuon inzet voor de productie van elektriciteit: steenkool, aardgas, biomassa en hoogovengas. Tijdens het verbrandingsproces worden koolstof, zwavel en stikstof omgezet in koolstofdioxide (CO2), zwaveldioxide (SO2) en stikstofoxiden (NOx). Deze stoffen hebben een negatief effect op het milieu en het klimaat.

De uitstoot van deze stoffen kan worden beperkt door het inzetten van verschillende technologieën. Zo kunnen rookgassen met katalysatoren en wassers gereinigd worden. En door te investeren in goede verbrandingstechnieken kan de vorming van stikstofoxiden worden beperkt. Daarnaast kunnen brandstoffen eerst vergast worden, een technologie die het mogelijk maakt de emissies van milieubezwarende stoffen nog verder te beperken.

Wij zetten een combinatie van technieken en strategieën in om de uitstoot van schadelijke emissies te beperken. Zo investeren wij in de ontwikkeling van innovatieve oplossingen om CO2 af te vangen waarmee het mogelijk wordt om CO2 op te slaan. Bovendien heeft de verbetering van rendementen van onze installaties continu aandacht, omdat brandstofbesparing in alle gevallen tot vermindering van emissies leidt.

Emissies naar water

Bij het produceren van elektriciteit komt warmte vrij. Deze warmte wordt in veel gevallen door het gebruik van koelwater afgevoerd. Vrijwel alle centrales van Nuon worden gekoeld met oppervlaktewater. Het geloosde water heeft een hogere temperatuur dan het oppervlaktewater waarin geloosd wordt. Dit heeft invloed op het leefmilieu in het water. Bij de vergunningverlening worden zodanige eisen gesteld aan de warmtelozing, dat significante effecten worden voorkomen.

De hoeveelheid warmtelozing vanuit elektriciteitcentrales kan worden verminderd door het leveren van stadswarmte. De restwarmte wordt dan gebruikt voor het verwarmen van het water dat gebruikt wordt voor stadsverwarming. Het leveren van stadswarmte gaat wel ten koste van een klein deel van de elektriciteitsproductie. Ook moet er voldoende vraag zijn naar stadswarmte voordat met het aanleggen van de benodigde infrastructuur en de levering van stadswarmte kan worden begonnen. Een deel van de restwarmte zal altijd moeten worden afgegeven aan het oppervlaktewater.

Omgaan met afvalstoffen van centrales

Bij de centrales waar kolen worden verbrand of vergast (respectievelijk de Hemweg-centrale en de Buggenum-centrale) ontstaan reststoffen. Een deel van deze reststoffen heeft een goede gebruikswaarde en vormt een grondstof voor andere producten. Zo wordt de zwavel uit steenkool bij het verbrandingsproces op de Hemweg-centrale afgevangen en later met een chemisch proces omgezet in gips voor toepassing als bouwgrondstof. In de Buggenum-centrale worden de zwavelverbindingen omgezet in elementaire zwavel. Elementair zwavel wordt in de chemische industrie gebruikt als grondstof. Vliegas en bodemas worden onder meer toegepast in de cementindustrie en de wegenbouwsector.

De hoeveelheden geproduceerde reststoffen zijn afhankelijk van de energieproductie en de gebruikte grondstoffen voor de productie. Hiermee wordt de variatie over de jaren verklaard. Reststoffen moeten aan bepaalde kwalificaties voldoen om hergebruikt te kunnen worden. Hiermee wordt in het productieproces rekening gehouden.

GreenOffice

Om de eigen werkomgeving verder te verduurzamen voor wat betreft energieverbruik, mobiliteit, kantoormiddelen en catering hebben wij het programma GreenOffice gestart.

We onderzoeken de mogelijkheden om op termijn een klimaatneutraal hoofdkantoor te realiseren. We gebruiken Nuon NatuurStroom op al onze eigen locaties, hebben de energielabels van onze gebouwen vastgesteld en monitoren nauwkeurig het energieverbruik. Daarnaast worden diverse energiebesparende maatregelen toegepast in onze eigen gebouwen. 

In september 2008 heeft Nuon het Convenant Mobiliteitsmanagement Metropoolregio Amsterdam ondertekend. Hierbij hebben wij de ambitie uitgesproken om per 2012 het aantal spitskilometers van medewerkers met 10% terug te brengen.

Nuon heeft diverse maatregelen getroffen om het verbruik en negatieve milieugevolgen van het eigen wagenpark te verminderen. Zo voeren we alleen auto’s met energielabel A, B of C en vergroten we het aandeel retrofit-roetfilters van de dieselauto’s. Bovendien compenseren we standaard de CO2 uitstoot van alle zakelijk gereden kilometers met Voluntary Emission Reduction (VER)-certificaten.