Interview Chris Bruijnes

Chris Bruijnes, directeur Stichting Meer Met Minder:

Chris Bruijnes

"Energiesector kan en moet besparing stimuleren"

Ongeveer een kwart van het Nederlandse energiegebruik komt voor rekening van huizen en kantoren, zo blijkt uit talloze onderzoeken. Een groot volume én met een enorm besparingspotentieel. Volgens TNO en ECN kan het energiegebruik in de gebouwde omgeving in 2030 zijn gehalveerd en is het mogelijk om in 2050 zelfs geheel energieneutraal te zijn.

Eigenaren van huizen en gebouwen lopen echter nog niet warm voor energiebesparing, lijkt het. Worden de nationale besparingsdoelstellingen wel gehaald? Chris Bruijnes, directeur van Meer met Minder, vindt dat niet alleen de overheid, maar ook de energiebedrijven hierin een rol moeten spelen: "De energiesector kan en moet besparing stimuleren." Maar is het niet gek om energiebedrijven te vragen om energiebesparing te promoten?

Wat is Meer met Minder?

De overheidsdoelstellingen op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving liegen er niet om: in 2020 moeten de 2,4 miljoen woningen en kantoren 30% minder gas en elektriciteit gebruiken dan nu. "Om dat voor elkaar te krijgen, is een convenant met de energiesector, de bouw- en installatiesector en de woningcorporaties afgesloten. Deze worden ondersteund door de Stichting Meer Met Minder", legt Chris Bruijnes uit. Daarmee jaagt de Stichting Meer Met Minder het nationale energiebesparingsbeleid aan zoals verwoord in het werkprogramma Schoon en Zuinig.

Roepen in Den Haag

Energiebesparing is in Nederland kansrijk. Toch lukt het volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) niet om jaarlijks 2% minder energie te gebruiken, zo blijkt uit de 'Verkenning Schoon en Zuinig' die in april 2009 is gepubliceerd. Chris Bruijnes ergert zich wel eens aan dergelijke berichten. "Zo’n vast jaarlijks besparingspercentage is niet vanaf dag één lineair te bereiken; daarmee frustreer je het proces vooral in de opstartfase. Mij gaat het om de trendbreuk, die vervolgens daarna door moet zetten. Kijk om je heen: Nederland zat in 2008 en 2009 in een diepe crisis, en nog steeds werkt dat door. De verkoop van woningen stagneert. Je moet zo’n vast jaarlijks percentage dus niet noemen vind ik. Want als je het vervolgens niet haalt, ontstaat het beeld: ze roepen daar maar wat in Den Haag.

Je kunt je veel beter richten op een lange-termijndoelstelling van bijvoorbeeld 50% procent minder energiegebruik. Dat geeft rust zonder ambitie te verliezen. Je moet natuurlijk wel minstens één keer per jaar de peilstok in het proces hangen om te weten of de trendbreuk zich in voldoende mate voortzet."

Energielabel opnieuw uitvinden

Toch merkt ook Bruijnes dat het niet eenvoudig is om consumenten en bedrijven zover te krijgen om minder energie te gebruiken. "Verleiden is een kunst. Je moet het echt heel goed doen en leren van het overtuigen en helpen van de consument. Want 'gedoe' is een belangrijke weerstand om er niet aan te beginnen. En daarbij focussen op natuurlijke momenten, denk aan een verbouwing of verhuizing, en voordelen benadrukken zoals comfort en besparen. Dus niet één ding stimuleren zoals isolatie of dubbel glas. Het gaat om een integrale benadering. Het energielabel moet daarin een goede rol spelen."

Energiebesparingsmarkt

Een ander onderwerp is de rol van de energiebedrijven. Tweede Kamerlid Diederik Samsom riep de energiesector in 2009 diverse malen op om consumenten te helpen met energiebesparing. Volgens de PvdA-politicus gaan zij nog niet ver genoeg.

Bruijnes van Meer Met Minder deelt die opvatting. "Ik verwacht veel meer dan er nu gebeurt", zegt hij. "Nuon is wat mij betreft de positieve uitzondering hierop. Zij zijn zo’n beetje de uitvinder van de energiebesparingmarkt onder de energiebedrijven."

Kansen voor energiebedrijven

"Denk bijvoorbeeld aan het compleet uitbesteden van je energiehuishouding. Het energiebedrijf neemt voor jou de maatregelen en jij betaalt je energiebedrijf daarvoor met verrekening van de besparingen. En daar kun je weer extra services aan koppelen. Het mooiste zou zijn als de voorspelde energiebesparing zou kunnen worden verzekerd, net als bij de aankoop van een iPod.

Een veel gehoorde tegenwerping is dat bewoners meer gaan verspillen als hun woning energiezuiniger is. Ik denk dat dat zeer beperkt gebeurt, net als het stiekem laten 'verdwijnen' van je fototoestel omdat je een reisverzekering hebt. Dat gebeurt, maar relatief weinig."

Nuon heeft een begin gemaakt door spaarlampen en andere energiebespaarders 'op de pof' te verkopen. Via de door minder verbruik lagere energierekening worden de producten afbetaald. Ze hebben een terugverdientijd van minder dan een jaar. "Andere bedrijven doen dat ook. Zo zijn er hypotheekverstrekkers die je helpen bij de financiering en de subsidies. Dergelijke initiatieven verwacht ik in deze tijd van de energiesector. Energiebedrijven moeten zich actiever opstellen en zich ontpoppen als dienstverlener voor energiebesparing. Want met 'gedoe' lukt het niet."