Nieuws | 11-10-2012 | 09:05 AM

Onderzoek toont aan: zeeleven profiteert van eerste offshore windpark van Nederland

Vijf jaar wetenschappelijk onderzoek toont het aan: het eerste offshore windpark van Nederland bij Egmond aan Zee heeft nauwelijks nadelige, maar wel positieve effecten op het leven in en op zee.

NoordzeeWind, het samenwerkingsverband van Shell en Nuon, bouwde dit windpark in 2006 en exploiteert het park sinds 2007. Het park, dat 10 tot 18 km voor de kust van Egmond aan Zee ligt en 27 km² beslaat, levert jaarlijks stroom voor ruim 100.000 huishoudens. Het ministerie van Economische Zaken - thans EL&I - besloot eind jaren negentig de mogelijkheden van windenergie op zee verder te verkennen en investeerde in het offshore windpark. EZ koppelde een monitoring- en evaluatie programma aan het project, dat NoordzeeWind verplichtte wetenschappelijk onderzoek te doen naar mogelijke effecten van het windpark op de omgeving.

Vijf jaar wetenschappelijk onderzoek

De Nederlandse toponderzoeksinstituten IMARES, NIOZ en Bureau Waardenburg hebben in opdracht van NoordzeeWind vijf jaar intensief wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen van het windpark voor leven in en op zee. Vier diergroepen zijn onderzocht: vissen, vogels, zeezoogdieren en bodemdieren. Rijkswaterstaat heeft de onderzoeksresultaten tevens beoordeeld.Belangrijkste conclusie is, dat het windpark in hoofdzaak positieve effecten op het leven in en op zee heeft. De conclusies van het onderzoek worden vandaag en morgen gepresenteerd tijdens het Offshore Wind and Ecology congress in de Westergasfabriek in Amsterdam.

Toekomstige offshore windparken

De onderzoeksresultaten zijn van belang voor nieuw te ontwikkelen offshore windparken. Aan de resultaten kunnen weliswaar geen rechtstreekse conclusies voor andere of toekomstige offshore windparken worden verbonden, maar zij geven wel een positieve richting aan voor wat betreft effecten van dit type windpark op de omgeving. Het onderzoek van NoordzeeWind behoort momenteel wereldwijd tot de top vijf onderzoeken van dit type, met name door omvang, duur en intensiteit van het onderzoeksprogramma.

Onderzoeksresultaten Vissen

Naast algemeen onderzoek naar de aanwezigheid van vissen in en rondom het windpark is het gedrag van twee vissoorten specifiek onderzocht, kabeljauw en tong.Kabeljauw neigt ertoe in het park te blijven. Rond de palen van de windturbines is een verhoogde concentratie kabeljauw waargenomen. Dat heeft zeer waarschijnlijk te maken met het ontbreken van visserij in het park en het vele voedsel dat aan en rond te palen te vinden is. Vissen in het windpark en in een straal van 500 meter rondom de buitenzijde van het park is in verband met veiligheid namelijk niet toegestaan.Het onderzoek naar tong laat zien, dat het windpark geen effecten heeft op het gedrag van deze vissoort.Voor dit onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van minuscule, zeer innovatieve zendertjes die in vissen zijn geïmplanteerd en contact maken met ontvangers op de zeebodem.  

Vogels

Jaarlijks passeren ongeveer vijf miljoen vogels het windpark. Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is, dat de meeste zeevogels het park mijden. Zij vliegen er bij voorkeur om- of overheen. Vogels die wel in het windpark komen, weten de turbines doorgaans goed te ontwijken. Een marginaal aantal vogels wordt daadwerkelijk geraakt door de wieken, ongeveer 0,01% van de vogels die het windpark passeren. Voor dit onderzoek is gebruikt gemaakt van radartechnologie om de vogeltrek in kaart te brengen.Voor de aalscholver is het park ideaal. Deze vogel moet na het vissen zijn verenpak laten drogen. Dat doen aalscholvers in groten getale door met gespreide vleugels op de bordessen van de windturbines plaats te nemen.

Zeezoogdieren

Twee soorten zeezoogdieren zijn onderzocht, de zeehond en de bruinvis. Effecten van het windpark op zeehonden zijn niet waargenomen. Dit heeft voornamelijk te maken met de grote afstanden die zeehonden afleggen. Ze zijn in de hele Noordzee actief en ook in het windpark worden ze gesignaleerd. Daarom is het effect van het windpark, dat slechts 27 km² meet, niet waarneembaar.Aanwezigheid van bruinvissen is gemeten met behulp van onderwatermicrofoons. Gebleken is, dat in het park meer bruinvissen te vinden zijn dan erbuiten. Dit komt mogelijk door de aanwezigheid van voedsel of door relatief meer verstoring buiten het park.

Bodemdieren

Het onderzoek naar invloed van het windpark op het bodemleven in het zand tussen de palen van de windturbines laat zien, dat er (nog) geen effecten waarneembaar zijn. Dit kan komen, doordat slechts eens in de vijf tot tien jaar veel jonge schelpdieren volwassen worden. Dat heeft zich de laatste jaren niet voorgedaan. Wel zijn op de palen en op de stenen rond de palen andere diersoorten gevonden, waardoor de lokale biodiversiteit is toegenomen.

De resultaten van het onderzoek

zijn voor iedereen toegankelijk via de website van Noordzeewind