Nieuws | 02-05-2016 | 10:51 AM

Versnellen stadswarmte vraagt om duidelijke keuzes

Vandaag is in FD een opiniestuk verschenen van Alexander van Ofwegen, directeur Warmte. 

Onverstandig om op dit moment veel geld te investeren in vernieuwen van het aardgasnetwerk. Aardgas houdt ons warm. Maar dat verandert. Nederland moet zich klaar maken voor een snelle en grootschalige overgang naar duurzame alternatieven. Op 20 april besprak de Tweede Kamer de evaluatie van de warmtewet. Dat Nederland zuiniger moet omspringen met aardgas, staat volgens minister Henk Kamp van Economische Zaken als een paal boven water.


De aardgasproductie is al teruggeschroefd en de vraag ligt op tafel of de winning én afhankelijkheid van aardgas verder kan worden verkleind. Hoewel de aardgaskraan in 2014 en 2015 al dichter is gedraaid menen deskundigen dat de Nederlandse aardgasvoorraden toch binnen enkele decennia zijn uitgeput. Daar komen de recente afspraken van de klimaatconferentie in Parijs nog bovenop.


De noodzaak om de uitstoot van CO2 terug te dringen en de energietransitie te versnellen, is nu urgenter dan ooit.
Het overgrote deel van de Nederlandse huishoudens is bijna 50 jaar verwarmd met aardgas. Binnen tien jaar na de ontdekking van het gasveld in Slochteren - in 1959 - werd een fijnmazig aardgasnetwerk aangelegd en zijn alle kooktoestellen en geisers omgebouwd. In 1968 waren vrijwel alle huishoudens voorzien van een aardgasaansluiting. Een topprestatie, en dat zonder computers, slimme planningssoftware en smartphones.


Nu staat Nederland opnieuw aan de vooravond van zo'n operatie. Kunnen we dit huzarenstukje uit de jaren '60 van de vorige eeuw herhalen? Meer dan 1,9 mln woningen kunnen de komende jaren een aansluiting krijgen op stadswarmte, zo liet de minister de Tweede Kamer weten. Dat is de helft van het aantal woningen ten tijde van de ontdekking van het Nederlandse aardgas, maar het blijft een grote klus. Om dit voor elkaar te krijgen, is het tijd dat er nu echt stappen worden gezet.


De komende jaren moet op veel plaatsen het huidige, lokale aardgasnetwerk worden vervangen. Regionale netbeheerders bereiden zich daarop voor. Het is onverstandig op dit moment veel geld te investeren in het vernieuwen van ons aardgasnetwerk. Zo'n netwerk gaat immers veertig jaar mee. In 2050 is het gebruik van aardgas op de huidige grote schaal echter niet meer aan de orde. Beter is het dit geld te investeren in infrastructuren voor duurzame warmtealternatieven. Niet alleen stadswarmte, óók elektriciteit. Voor stadswarmte is er een lokaal leidingennet nodig voor warmtetransport. Voor verwarming met elektriciteit zal het huidige elektriciteitsnetwerk verzwaard moeten worden door nieuwe kabels in de grond te leggen.


Er is ook besluitvorming nodig over de vraag waar we gaan investeren in stadswarmte en waar in verwarming met elektriciteit. In grootstedelijke regio's is stadswarmte veelal de goedkoopste optie en een betrouwbaar alternatief voor aardgas, zo laten talloze onderzoeken zien. Daar heb je immers dichte bebouwing gecombineerd met warmtebronnen, zoals fabrieken. Bovendien is het duurzaam. De CO2-uitstoot is minimaal de helft lager dan aardgasverwarming.


Maar om die warmte te vervoeren, is een netwerk nodig. De investeringen in een warmtetransportnetwerk voor collectief gebruik, kunnen niet alleen aan het bedrijfsleven overgelaten worden. De overheid zou hiervoor voortvarend het initiatief kunnen nemen, op de manier zoals dat ook in de jaren '60 gebeurde.


Ten slotte is de energiedialoog van belang. Het is belangrijk om daarin ook in te gaan op de vraag wat duurzaamheid mag kosten voor burgers en bedrijven. Want de huidige afnemers van stadswarmte waarderen weliswaar het comfort, de betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid, maar zij zijn kritisch over de prijs. Zij vinden die relatief hoog. Aan dit onderwerp mag niet voorbij gegaan worden.


Op het punt van duurzame warmtevoorziening zou deze dialoog zich verder moeten richten op de vraag hoe stadswarmte nóg duurzamer kan. Denk aan de levering van warmte door afvalenergiecentrales, biogas- en vergistingsinstallaties. Maar ook aan innovatievere bronnen als geothermie of juist slimme combinaties met de levering van koude. Voor het overige is het zaak om daadwerkelijk stappen te zetten en besluiten te nemen die de markt richting geven.