Nieuws | 08-06-2016 | 08:15 AM

Windmolen in achtertuin voor jongeren geen probleem

Uit onderzoek blijkt dat mannen vaker sceptisch zijn over klimaatprobleem. Ben je jong én vrouw, dan is de kans het grootst dat je een groen, duurzaam hart hebt en het prima vindt, zo’n windmolen in je achtertuin. 

Mannen zien liever dat er kerncentrales worden gebouwd. Dat blijkt uit onderzoek van Nuon onder ruim 2.200 Nederlanders.

Mannen trekken het klimaatprobleem dubbel zo vaak in twijfel als vrouwen, en gepensioneerden twee keer zo vaak als jongeren. Gemiddeld genomen ontkent 13% van de mannen het klimaatprobleem, tegen 6% van de vrouwen.

Oplossingen

Gevraagd naar de oplossingen om de energievoorziening te verduurzamen, kiezen jongeren (18-25 jaar) massaal voor wind – bijna vier op de tien geeft hieraan de voorkeur. De helft van de jongeren heeft er ook geen problemen mee wanneer die vlakbij de woning worden neergezet. Ouderen kiezen eerder voor zonne-energie, en wijzen bovendien windmolens in de buurt en masse van de hand.

Generatiekloof

“De jongeren zijn met windenergie opgegroeid. Dat zie je in dit onderzoek terugkomen. Voor hen zijn windmolens inmiddels vanzelfsprekend,” stelt Margit Deimel, hoofd ontwikkeling windenergie bij Nuon, al 35 jaar koploper op het gebied van windenergie. “In 1981 verrees in Nederland de eerste windmolen. Sindsdien zijn er vele honderden bijgekomen. Windmolens zijn daarom voor jongeren niet meer weg te denken uit het landschap. Het gevolg is ook dat men er door de bank genomen veel minder moeite mee heeft dan de ouderen, die zich wellicht het landschap zonder windmolens nog herinneren.”

Rol overheid

Jonge mensen vinden ook dat de overheid véél meer zou moeten doen aan duurzaamheid. Ruim een derde van de jongeren is het daarmee eens, tegen een kwart van de 65-plussers.

Kernenergie

Ondanks de actuele problemen met kernenergie in Vlaanderen, kiezen mannen veel vaker voor deze wijze van elektriciteitsproductie dan vrouwen. Maar liefst 14% van de mannen heeft hiervoor een voorkeur, tegen slechts 1% van de vrouwen. Ook jongeren zijn hiervan opvallend vaker voorstander.